Bijeenkomst 'Horticulture' Project
Afgelopen week, van woensdag 25 t/m 29 maart 2009, kwamen mensen uit het groen onderwijs bijeen in Florence in het kader van het 'Horticulture'-project. In Europa is internationale mobiliteit van studenten nog steeds een marginaal gebeuren. Binnen het groene MBO is het percentage nauwelijks 5%, terwijl de Europese commissie als doelstelling voor 2020 50% heeft. Binnen het mobiliteitsprogramma van Leonardo da Vinci participeert de AOC Raad in het “Horticulture”-project, geleid door een organisatie uit Thüringen en met partners in Litouwen, Italië en Nederland. Vanuit Nederland waren er vertegenwoordigers van AOC Oost, AOC Terra, Lentiz Onderwijsgroep, AOC Friesland, het Wellant College en de AOC Raad.
Het project Horticulture heeft als doel om een netwerk op te bouwen van organisaties uit de vier deelnemende landen om daarmee de internationale mobiliteit van studenten in de groene sector te vergroten. Problemen die aan bod kwamen waren:
- Onvoldoende aanbod
- Praktische belemmeringen
- Geen balans tussen vraag en aanbod
- Lage kwaliteit van uitwisselingen.
Een impressie van de reisNa een wat onrustige reis met enige vliegturbulentie was er ’s avonds een informele kennismaking met de vertegenwoordigers van de andere partners. De ochtend van de eerste formele werkdag vond plaats in het kantoor van Veb Consult, de Italiaanse partner, die actief is in het bemiddelen van stageplaatsen in Italië. Na een plenair programmadeel splitste de groep zich in tweeën. De leden van de stuurgroep spraken ondermeer over de website van het project (binnenkort in de lucht) en de volgende projectbijeenkomst in Nederland (van 7 tot 11 oktober). Tegelijk spraken enkele studenten en docenten over de praktische belemmeringen die zij ervaren bij internationale stages en inventariseerden zij hun wensen met betrekking tot stages naar en van de projectpartners.
Er werden ook enkele stageplekken bezocht, zoals twee fraaie tuinen in Florence, te weten Villa Demidoff en de Boboli-tuinen. Er bleek daar veel behoefte aan stagiairs die ingezet kunnen worden bij onderhoud en restauratie van deze tuinen. Daarnaast was er een bezoek aan een educatieve boerderij, te vergelijken met het Nederlandse Kleine Loo, een schoolproject rond een windmolen en een biologische boer die olijfolie en wijn produceerde en daarnaast ook actief was in het agrotoerisme.
ConclusieHet lijkt erop dat dit project voor de deelnemende AOC ’s er toe leidt dat er meer stageplekken komen. Partners in dit project zijn in staat om de kwaliteit van de stageplekken in hun eigen land te beoordelen. Procedureafspraken hierover zullen worden ontwikkeld. Wel zullen vraagstukken rond de duur van de stages, de groepsgrootte en de kosten moeten worden opgelost.
In de volgende bijeenkomst in Nederland zullen naast docenten en studenten ook stagebieders uit de deelnemende landen worden uitgenodigd.
Age en Frans